Wettelijke regels

 

De regelgeving omtrent baby- en autostoeltjes is streng. Met ingang van 1 maart 2006 zijn er nieuwe regels van kracht voor kinderzitjes. We zetten hier de basisregels en bijzondere gevallen voor autostoeltjes op een rijtje.

De basisregels voor autostoeltjes zijn:
Bij kinderen kleiner dan 1,35 meter dient een autostoeltje of een zittingverhoger gebruikt te worden.
Bij kinderen groter dan 1,35 meter gebruikt men de autogordel eventueel met een zittingverhoger.

Goedkeuring autostoeltjes
Let op: autostoeltjes en zittingverhogers moeten goedgekeurd zijn volgens ECE-reglement 44/03 (of hoger: 44/04). Of een autostoeltje goedgekeurd is zie je aan een keuringslabel of sticker. Voor een goede werking dient het autostoeltje of de zittingverhoger op de juiste manier te zijn vastgezet.

Uitzondering kinderzitjes

Op bovenstaande basisregels voor autostoeltjes zijn uitzonderingen en bijzondere gevallen van toepassing. We zetten de uitzonderingen voor kinderzitjes in de auto op een rijtje:

  • Te weinig gordels:
    Als er meer passagiers zijn dan gordels, dan mogen kinderen groter dan 1,35 meter en volwassenen los op de achterbank zitten, zolang de aanwezige gordels maar door andere passagiers worden gebruikt. Dit geldt tot 1 mei 2008. Vanaf die datum mag in autos die op alle zitplaatsen gordels hebben, niemand meer zonder gordel worden vervoerd.
  • Te weinig plaats:
    Als op de achterbank al twee autostoeltjes of zittingverhogers in gebruik zijn, is er vaak geen plaats meer voor een derde. In zon geval mag een kind vanaf 3 jaar op de overgebleven zitplaats de gordel gebruiken.
  • Geen gordels achterin:
    Kinderen jonger dan 3 jaar mogen niet op de achterbank vervoerd worden als daar geen gordels aanwezig zijn. De gordels zijn immers nodig om het autostoeltje vast te maken. Kinderen vanaf 3 jaar en volwassenen mogen in dat geval los op de achterbank zitten.
  • Geen gordels voorin:
    Als voorin de auto ook geen gordels aanwezig zijn, mogen kinderen tot 3 jaar helemaal niet worden meegenomen. Kinderen van 3 jaar en ouder mogen in een auto zonder gordels niet voorin zitten als ze kleiner zijn dan 1,35 meter.
  • Vervoer van andere kinderen:
    Van ouders en pleegouders wordt verwacht dat ze voor hun eigen kind een autostoeltje of zittingverhoger in de auto hebben. Maar er rijden misschien ook wel eens andere kinderen mee, bijvoorbeeld spelertjes van een jeugdteam naar een uitwedstrijd. Voor deze kinderen kan niet altijd een autostoeltje of zittingverhoger aanwezig zijn. Bij dit soort incidenteel vervoer over beperkte afstand (dus niet op een vakantiereis) mogen op de achterzitplaatsen kinderen vanaf 3 jaar (maar niet de eigen kinderen) volstaan met gebruik van de gordel. Zorg, als dit soort vervoer vaker voorkomt, toch voor n of meer extra autostoeltjes of zittingverhogers, want dat is echt veel veiliger.
  • Taxi- en busvervoer:
    In bussen en op de achterbank van een taxi is een autostoeltje of zittingverhoger niet verplicht. Kinderen vanaf 3 jaar en volwassenen moeten dan de gordels gebruiken, voor zover aanwezig, en kinderen jonger dan 3 jaar mogen in dat geval los worden vervoerd. Neem bij voorkeur geen kind op schoot, want dat is riskant bij een frontale botsing.

Verder geldt het volgende voor autostoeltjes:
    • Airbag:
      Op een zitplaats met een airbag ervoor mogen kinderen niet worden vervoerd in een (baby)autostoeltje dat tegen de rijrichting in is geplaatst. Dit mag alleen als de airbag is uitgeschakeld. Of dat uitschakelen mogelijk is en hoe dat dan moet, staat in de gebruiksaanwijzing van de auto. Of anders kan de garage wel helpen.
    • Verkeerd gebruik:
      Autogordels, autostoeltjes en zittingverhogers werken alleen goed als ze gebruikt worden op de manier die door de fabrikant is voorgeschreven. Zo zijn ze ook getest. Het is dan ook niet langer toegestaan om deze beveiligingsmiddelen op een onjuiste manier te gebruiken, bijvoorbeeld door een deel van de gordel achterlangs te dragen of met een gordelgeleider de loop van de gordel te veranderen. Dit geldt ook voor zwangere vrouwen. Ook voor hen en hun ongeboren kind is het veel veiliger de gordel op de juiste manier te dragen: het heupgedeelte onder de buik, zo laag mogelijk over het bekken, het diagonale deel over de borst, boven de buik.

 

    • Gordel achterlangs:
      Het is verboden om het diagonale (schuin oplopende) deel van de gordel onder de arm of achter het lichaam langs te leiden. De gordel is niet ontworpen om zo te worden gebruikt en werkt dan ook niet goed. Als de gordel over de hals loopt in plaats van over de schouder, gebruik dan een goedgekeurde zittingverhoger.

 

  • Gordelgeleiders:
    Een gordelgeleider is een hulpmiddel.

Vervoer van kinderen in het buitenland:

De regels voor het gebruik van kinderzitjes in het buitenland verschillen nogal eens met de Nederlandse regels. Daarom een overzicht van de regels in de verschillende Europese landen. Overigens: in elk Europees land is het gebruik van in de auto aanwezige veiligheidsgordels voor alle zitplaatsen verplicht. N.B.: Het kinderzitje moet, net als in Nederland, een (EU-)goedkeuring hebben en aangepast zijn aan de leeftijd en het gewicht van het kind.

België

Kinderen tot 18 jaar die kleiner zijn dan 1.35 m:
Gebruik van een passend kinderbeveiligingssysteem is verplicht.

In afwijking hiervan:
Wanneer er twee kinderbeveiligingssystemen aanwezig zijn, én het is niet mogelijk een derde te installeren, én deze twee kinderbeveiligingssystemen zijn in gebruik, dan mag (maar alleen op de achterbank) een kind van 3 jaar of ouder dat kleiner is dan 1.35 m worden vervoerd met gebruik van een autogordel.

Zitplaatsen zonder veiligheidsgordel:
Kinderen tot 3 jaar mogen niet worden vervoerd.
Kinderen tot 18 jaar die kleiner zijn dan 1.35 m mogen alleen op de achterbank worden vervoerd.

Airbag:
Kinderen tot 18 jaar die kleiner zijn dan 1.35 m mogen alleen 'achteruitrijden' als de airbag is uitgeschakeld.

Denemarken

Kinderen onder de 3 jaar:
Kinderzitje verplicht.

Kinderen ouder dan 3 jaar:
Kinderzitje of autogordel verplicht; het gebruik van een autogordel moet worden gecombineerd met een stoelverhoger, als de lengte van het kind dit vereist.

Duitsland

Kinderen tot 3 jaar:
Mogen niet in een auto zonder veiligheidsgordels worden vervoerd.

Kinderen tot 12 jaar die kleiner zijn dan 1.50 m:
Gebruik van een kinderzitje is verplicht.

Kinderen van 12 en 13 jaar of groter dan 1.50 m:
Gebruik van een passende autogordel is verplicht.

Airbag
:
­'Achteruitrijden' is alleen toegestaan indien de airbag is uitgeschakeld.

Italië

Kinderen tot 3 jaar:
Mogen ‘los’ achterin zitten, indien geen kinderbeveiligingsmiddel voorhanden is; er moet wel een passagier van ten minste 16 jaar aanwezig zijn.

Kinderen tot 12 jaar die kleiner zijn dan 1.50 m:

Kinderzitje of autogordel, eventueel met stoelverhoger in verband met de lengte.

Luxemburg

Kinderen tot 3 jaar:
Zowel voor- als achterin in een passend kinderbeveiligingsmiddel.

Kinderen tot 12 jaar of kleiner dan 1.50 m:

Voorin: een kinderzitje is verplicht.
Achterin: kinderzitje verplicht; autogordel mag als alle kinderzitjes in gebruik zijn.

Kinderen vanaf 12 jaar of groter dan 1.50

Voorin mag, indien de autogordel wordt gebruikt, als de achterbank bezet is.

Airbag:

Bij 'achteruitrijden' voorin moet de airbag zijn uitgeschakeld.

Aantal zitplaatsen:

Voor elk kind moet een volledige zitplaats gerekend worden.

Noorwegen

Kinderen tot 4 jaar:
Kinderzitje is verplicht.

Kinderen ouder dan 4 jaar:
Een kinderzitje of autogordel verplicht.

Oostenrijk

Kinderen tot 14 jaar:
Mogen alleen in een passend kinderzitje worden vervoerd:

kleiner dan 1.50 m: kinderzitje
groter dan 1.50 m: gebruik autogordel is toegestaan.

Vervoer voorin:
Niet toegestaan, wanneer er niet tenminste een autogordel is.

Kinderen tot 3 jaar:
Mogen niet ‘los’ in de auto worden vervoerd.

Uitzondering vervoer van 3 kinderen op de achterbank:

Als er in het midden slechts een heupgordel aanwezig is, én er twee kinderzitjes in gebruik zijn, mogen kinderen zwaarder dan 18 kg (ouder dan 3 jaar) met gebruik van deze gordel worden vervoerd; kinderen onder dit gewicht of jonger dan 3 jaar in combinatie met een stoelverhoger.

Polen

Kinderen tot 12 jaar:
Goedgekeurd en aan leeftijd aangepast kinderzitje of autogordel.

Kinderen kleiner dan 1.50 m:
Goedgekeurd en aan leeftijd aangepast kinderzitje of autogordel.

Airbag:
Wanneer de zitplaats is voorzien van een airbag, is het ‘achteruit rijden’ van een kind verboden.

Portugal

Kinderen tot 12 jaar die kleiner zijn dan 1.50 m:
Verplicht vervoer op de achterbank in een geschikt kinderbeveiligingsmiddel.

Uitzonderingen:
Als er geen achterbank is of geen veiligheidsgordels achterin, mag het kind voorin worden vervoerd, mits een passend kinderbeveiligingsmiddel wordt gebruikt

Airbag:
Kinderen tot 3 jaar mogen alleen voorin worden vervoerd met een uitgeschakelde airbag.

Spanje

Kinderen tot 3 jaar:
Gebruik van een kinderzitje is verplicht.

Kinderen van 3 tot 12 jaar die kleiner zijn dan 1.50 m:
Kinderzitje verplicht, is dit niet aanwezig, dan is een autogordel verplicht.

Vervoer voorin:
Is alleen toegestaan, indien een kinderbeveiligingsmiddel wordt gebruikt.

Tjechië

Kinderen tot 12 jaar:
Kinderbeveiligingsmiddel (kinderzitje of autogordel met stoelverhoger) dat is aangepast aan de lengte.

Elke persoon kleiner dan 1.50 m:

Voorin: beveiligingsmiddel (kinderzitje of autogordel met stoelverhoger) dat is aangepast aan de lengte.
Achterin: tot 18 jaar: beveiligingsmiddel (kinderzitje of autogordel met stoelverhoger) dat is aangepast aan de lengte.

Zweden

Kinderen tot 7 jaar:
Kinderzitje of autogordel met stoelverhoger.

Kinderen van 7 tot 15 jaar:

gebruik van een passend beveiligingsmiddel is verplicht.

Zwitserland

Kinderen onder de 7 jaar:
Verplicht gebruik van een kinderzitje of stoelverhoger met autogordel.

Kinderen van 7 tot 12 jaar:
autogordel is toegestaan met eventueel stoelverhoger of een kinderzitje.

Kinderen ouder dan 12 jaar:
Gebruik van alleen een autogordel is toegestaan.


Meer informatie kan je vinden op de website van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat: www.kinderzitjes.nl